Denemarken
zoeken:
- A t/m Z
- gebied
Lolland & Falster

De eilanden Lolland en Falster liggen ten noorden van Duitsland en ten zuiden van Sjælland, het grootste Deense eiland. Beide eilanden zijn vanuit Duitsland per veerboot over de Oostzee te bereiken; er varen veerboten tussen Gedser (Falster) en Rostock en tussen Rødby Havn (Lolland) en Puttgarden. Laatstgenoemde veerdienst wordt op termijn vervangen door een tunnel (in 2015 start de aanleg) met een lengte van ruim 19 kilometer. De tunnel gaat deel uitmaken van de Vogelfluglinie, de belangrijkste spoorwegverbinding tussen Hamburg en Kopenhagen/Malmö.

Lolland en Falster worden van elkaar gescheiden door de Guldborgsund. Deze straat is ongeveer 30 kilometer lang en heeft een breedte van ongeveer 150 meter (bij Guldborg) tot 6 kilometer (bij Nykøbing Falster). Het noordelijke deel van de straat is voldoende diep voor scheepvaart naar de haven van Nykøbing Falster. Het zuidelijke deel is ondieper en alleen bevaarbaar voor jachten en pleziervaartuigen. Er zijn 3 verbindingen tussen de beide eilanden: de Guldborgsundbroen in het noorden, de Guldborgsundtunnelen t.b.v. de snelweg E47 en de Frederik IX bro in het zuiden bij Nykøbing Falster.
Falster wordt door de zeestraat Storstrømmen gescheiden van Sjælland. Sinds 1985 verbindt de Farøbroerne de beide eilanden via het eilandje Farø dat in het midden van de Storstrømmen ligt. Vanaf Farø biedt een kleinere brug toegang tot het kleine eiland Bogø dat op zijn beurt d.m.v. een brug met het eiland Møn verbonden is. Tot 1985 waren Falster en Sjælland alleen door de Storstrømsbroen en de Masnedsundbroen (via het eilandje Masnedø) met elkaar verbonden.

Lolland is meer dan 2x groter dan Falster, maar is met bijna 70.000 inwoners nog minder dichtbevolkt dan Falster, dat bijna 45.000 inwoners heeft. Het landschap van beide eilanden is een beetje glooiend en bestaat voornamelijk uit landbouwgebieden. Er wordt veel koolzaad, graan (tarwe, gerst, haver) en suikerbieten verbouwd. Van veeteelt van enig formaat is geen sprake; het is dan ook niet toevallig dat er niet of nauwelijks maïs op deze eilanden wordt verbouwd. In mei worden de eilanden opgefleurd door o.a. fluitekruid in de bermen, bloeiend koolzaad en de vele bloeiende kastanjeboemen. In de maanden daarna geven de graanvelden, eerst groen en later geelbruin, met klaprozen en korenbloemen kleur aan de eilanden. Het aantal interessante bezienswaardigheden is echter bescheiden.

Farøbroerne Farøbroerne met Storstrømsbroen
op de achtergrond
Dronning Alexandrines Bro Møns Klint

Møn

Het eiland Møn ligt ten zuidoosten van Sjælland, naast de eilanden Lolland en Falster. Het is qua oppervlakte nog niet de helft van Falster en heeft slechts 11.000 inwoners. Møn en Falster worden door de zeestraat Grønsund van elkaar gescheiden. Sinds 1985 zijn beide eilanden met elkaar verbonden via de Farøbroerne en de eilandjes Farø en Bogø. De zeestraten Stege Bugt en Ulvsund scheiden Møn en Sjælland van elkaar. De Dronning Alexandrines Bro over de Ulvsund verbindt de beide eilanden en verder heeft Møn ook nog een brugverbinding met het eilandje Nyord, dat ten noordwesten van het meest noordelijke punt van Møn ligt.

Ook op Møn zijn er, net als op Lolland en Falster, grote glooiende akkers koolzaad, graan (tarwe, gerst, haver) en suikerbieten. In het oosten bevinden zich uitgestrekte beukenbossen die eindigen in steile krijtrotsen van Møns Klint. Deze rotsen trekken veel toeristen maar dit is zeker niet de enige plek op het eiland dat een bezoekje waard is. Zo trekt Liselund Slot, gelegen in een prachtig park vlak bij de krijtrotsen, ook aardig wat bezoekers. Verder blijkt een anonieme frescoschilder (de zogenaamde Elmelundmeester) rond 1480 op Møn actief te zijn geweest; hij heeft in kleine dorpskerkjes interessante muurschilderingen aangebracht. Het kerkje (± 1250) in de Fanefjord is er een van; in het koor zijn bovendien nog hooggotische kalkschilderingen uit 1350 te zien. De Fanefjord is een kleine baai in het zuidwesten van Møn. De baai was in de 12de eeuw een schuilplaats voor Valdemar de Grote die het strategisch belang van de smalle zeestraat inzag; hier liet hij zijn vloot bijeenkomen om ten strijde te trekken tegen de Wenden. Vlak achter het kerkje bevindt zich een van de vele megalieten die het eiland rijk is. Er zijn maar liefst 119 grafheuvels op Møn en het eiland is daarmee een van de gebieden in Denemarken met de grootste concentratie aan prehistorische graven. Voor info over een aantal grafheuvels klik hier.

Het oostelijke deel van Møn contrasteert sterk met het bijna vlakke westen. Twintigduizend jaar geleden drukten ijsmassa's vanuit het oosten het krijtland omhoog tot een meer dan 100 meter hoge heuvelrug: Høje Møn. Vele duizenden jaren later toen de gletsjers hadden plaatsgemaakt voor het onstuimige water van de Oostzee, begon het nimmer aflatende proces van erosie. Het afkalvende Høje Møn kreeg grillige vormen; er ontstonden steile krijtrotsen (klinter) die de oostkust van Møn een heel ander aanzien geven dan de andere eilanden. Hier geen uitgestrekte zandstranden, duinen of zeedijken maar hoog boven het keistrand uitstekende, witte krijtrotsen. Op de krijtformaties liggen dichte beukenbossen. In het bos op de Timmesøbjerg groeien de oudste bomen van Denemarken; sommigen meer dan 400 jaar oud. Hoogste een meest indrukwekkende krijttoppen zijn de Dronningestol (Koninginnezetel) en Hylledals klint, beide 128 meter hoog. Vijftien meter daarbovenuit steekt de top van de achter de kustlijn gelegen Aborrebjerg. Onderaan de heuvel liggen kleine meertjes; volgelopen putten die door erosie van de bodem zijn ontstaan. Alles bij elkaar een on-Deens landschap, een stukje natuurschoon dat (net iet te) veel toeristen trekt die wel eens iets anders willen zien dan dat soms wat eentonige beeld van vlakke stukken land en zacht glooiende heuvels. Men is wel zo verstandig geweest dit Høje Møn al vroeg onder staatstoezicht te plaatsen om afgraving te voorkomen. Sinds 1980 is heel het gebied rond Møns Klint staatseigendom en volledig beschermd. Er zijn verschillende parkeerplaatsen in het gebied van waaraf gemarkeerde wandelpaden te volgen zijn. Bij het GeoCenter dat zich vlak achter de Møns Klint bevindt, is een gratis brochure verkrijgbaar waarop o.a. de wandelroutes staan weergegeven. Verder waarschuwt men de wandelaars voor aardverschuivingen. Die komen het gehele jaar voor maar zijn het meest waarschijnlijk in de winter en lente, zijn vaak als gevolg van zware regenval of vorst.


Sjælland

Sjælland, het grootste eiland van Denemarken, is het kloppend hart van economisch, politiek en toeristisch Denemarken. Hier wonen meer dan 2 miljoen van de ongeveer 5,5 miljoen Denen. De hoofdstad Kopenhagen ligt in het noordoosten van het eiland; aan de Øresund liggen ongeveer 25 steden en stadjes die samen met Kopenhagen een dichtbevolkte agglomeratie vormen. Midden in die steden en stadjes ligt een prachtig merengebied dat zich uitstrekt van de hoofdstad tot vlak achter de noordkust van het eiland.

Ten westen van Sjælland ligt het eiland Fyn. De Storebæltsbroen (Grote Beltbrug) verbindt Sjælland (Korsør) met Fyn (Nyborg). Deze brug werd in 1998 opengesteld en bestaat uit 2 bruggen, een van 6.6 kilometer en één van 6.8 kilometer. Beide bruggen lopen tot in het midden van de Storebælt (Grote Belt), waar het eilandje Sprogø ligt.
Ten oosten ligt de Zweedse regio Skåne. De Øresundsforbindelsen verbindt Kopenhagen en Malmö. Deze verbinding over de Sont bestaat uit de Øresundsbroen (dubbeldeksbrug met autosnelweg boven, spoorweg beneden) van bijna 8 kilometer lang aan de Zweedse kant, het kunstmatige eilandje Peberholmmet met een lengte van 4 kilometer waar snelweg en spoorweg naast elkaar komen te liggen en een 4 kilometer lange tunnel (Drogdentunnel) aan de Deense kant. Op 1 juli 2000 werd het door de Zweedse koning Karel XVI Gustaaf en de Deense koningin Margaretha II geopend.
De zeestraat Storstrømmen scheidt Sjælland van het eiland Falster. Sinds 1985 verbindt de Farøbroerne de beide eilanden via het eilandje Farø dat in het midden van de Storstrømmen ligt. Tot 1985 waren Falster en Sjælland alleen door de Storstrømsbroen en de Masnedsundbroen (via het eilandje Masnedø) met elkaar verbonden. De Dronning Alexandrines Bro over de Ulvsund verbindt Sjælland met het kleine eiland Møn.

Sjælland is relatief vlak en vooral in gebruik als landbouwgebied (nauwelijks veeteelt, veel granen en een opvallend aantal velden waar spinaziezaad wordt geteeld). Op enkele plekken aan de oostkust bevinden zich krijtrotsen met een maximale hoogte van ongeveer 130 meter. Rondom Kopenhagen zijn de kastelen van de koninklijke familie en andere invloedrijke personen uit het verleden te vinden en op het gehele eiland zijn er landhuizen, met vaak mooie parken, van de adel te bewonderen. Liefhebbers van de oudheid kunnen op meerdere lokaties overblijfselen van de vikingen en nog oudere volken bezoeken.

spinaziezaadteelt koolzaad koolzaad tarwe

Fyn

Het eiland Fyn ligt tussen Jylland en Sjælland. Laatstgenoemde eiland ligt ten oosten van Fyn. De Storebæltsbroen (Grote Beltbrug) verbindt Sjælland (Korsør) met Fyn (Nyborg). Deze brug werd in 1998 opengesteld en bestaat uit 2 bruggen, een van 6.6 kilometer en één van 6.8 kilometer. Beide bruggen lopen tot in het midden van de Storebælt (Grote Belt), waar het eilandje Sprogø ligt. De oude (jaren 30 ) en de nieuwe (jaren 70) Lillebæltsbroen vormen de verbinding tussen Fyn en het vaste land. Er is slechts 1 snelweg op Fyn, de E20, die het eiland van west naar oost doorsnijdt. De wegen tussen de belangrijkste plaatsen kunnen, zeker in de spitsuren, tamelijk druk zijn.

Fyn wordt ook wel de wieg van Denemarken genoemd omdat er zo veel prehistorische vondsten zijn gedaan en omdat er zich zo veel belangrijke gebeurtenissen hebben afgespreeld, vooral in Odense en rondom Nyborg Slot. Het zuiden van het eiland wordt gekenmerkt door een reeks heuvels die met gevoel voor overdrijven ook als de Fynske Alper worden aangeduid. Ten zuiden van Fyn liggen enkele eilanden die vooral door hun traditionele karakter interessant zijn. Odense, Nyborg en Svendborg zijn de belangrijkste steden van het eiland, maar het zijn geen mooie steden. Odense heeft zijn roem te danken aan Hans Christian Andersen, meester van de vertelkunst die er zijn jeugd heeft doorgebracht.


Jylland

Jylland vormt het "vasteland" van Denemarken. Het zuidelijke deel is lang een twistgebied geweest tussen de Denen en de Duitsers. De grens is in de loop der tijden enkele malen gewijzigd. In de vikingtijd lag de grens bij de stad Schleswig (nu Duitsland). Na de Deens-Duitse oorlog van 1864 kwam Sleeswijk-Holstein in handen van de Pruisen en lag de grens bij Kolding. Na de Eerste Wereldoorlog werd de grens weer naar het zuiden verlegd, nadat de inwoners van Zuid-Sleeswijk en Holstein ervoor gekozen hadden bij Duitsland te blijven.
De kusstrook van Blåvandshuk (meest westelijk punt van Denemarken) tot Skagen wordt gekenmerkt door zandstranden, zomerhuisjes en bosplantages. Ten noorden van Skagen bij Grenen, in de uiterste punt van Jylland, komen Kattegat en Skagerak samen. Het is een "wandelende" zandvlakte die door de zeestromingen voortdurend in beweging is. Het midden van Jylland bestaat uit het wat hoger liggende merengebied bij Silkeborg; oude bossen, steile heuvels en het hoogste punt van Denemarken waartussen rivieren meanderen. Het oostelijk deel van Jylland wordt gevormd door Djursland en Mols, een zeer afwisselend landschap met enkele pittoreske havenplaatsjes.